Welke bomen of struiken zijn geschikt?
Je plant best enkel bomen of struiken waarvan de beworteling de stabiliteit van de oever garandeert. Hiervoor komen bijvoorbeeld in aanmerking: zwarte els (Alnus glutinosa), es (Fraxinus excelsior), Spaanse aak of veldesdoorn (Acer campestre), rode kornoelje (Cornus sanguinea), hazelaar (Corylus avellana), eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), sleedoorn (Prunus spinosa), schietwilg (Salix alba), waterwilg (Salix caprea), bittere wilg (Salix purpurea), katwilg (Salix viminalis), kraakwilg (Salix fragilis), amandelwilg (Salix triandra), Gelderse roos (Viburnum opulus).
Hou steeds rekening met de natuurlijke ontwikkeling van de bomen en planten en respecteer een afstand van 0,50 à 0,75 meter van de boord van de beek. Zo voorkom je dat de beplanting na verloop van tijd in de beek glijdt of de oever beschadigt.